Overslaan en naar de inhoud gaan

Ziad: 'Mijn begeleiders zijn als familie voor mij'

Ziad

Ziad woont sinds anderhalf jaar bij een van onze locaties voor maatschappelijke opvang. De zorg en begeleiding die hij krijgt, hebben hem het gevoel gegeven dat hij er weer mag zijn en dat zijn leven ertoe doet.

“Ruim 16 jaar geleden kwam ik vanuit Irak in Nederland. Ik heb op verschillende plekken in Nederland gewoond, maar had geen plan en voelde geen toekomst. Ik isoleerde mijzelf van mijn familie en deed ook dingen die niet goed zijn.”

Ziad heeft trauma’s uit zijn verleden en daardoor veel pijn. Hij leefde in oorlogstijd, zat enige tijd in de gevangenis, moest vluchten. Op een gegeven moment is hij gaan schilderen en tekenen om de gedachten in zijn hoofd kwijt te raken en rustig te worden. “Het leek alsof mijn hoofd mijn hand dwong om een potlood te pakken en de beelden in mijn hoofd op papier te zetten, om er foto’s van te maken.”

Eenzaamheid

De tekeningen en schilderijen weerspiegelen zijn angsten, zijn verdriet, zijn zoektocht naar wie hij mag zijn, zijn eenzaamheid, maar ook zijn hoop. Een schilderij toont drie gedaanten: de mens die wordt geboren, de mens die zijn eigen leven tot een gevangenis maakt en een mens die daarna vrijheid vindt. Een tekening toont een gevangenis met twee rokende sigaretten. “Dit verbeeldt mijn eenzaamheid daar, er was niemand om mee te praten. Ik stak de sigaret in een opening in de muur. Zo kon ik met iemand roken en met iemand praten. ”

“Ik krijg nu begeleiding van Gerlinde en Job. Zij zijn als familie voor mij. Alle mensen hier bij de MO zijn een grote familie. We behandelen elkaar als broers. Dankzij de begeleiding ben ik er mentaal op vooruit gegaan.”

Barmhartigheid

Ziad krijgt veel zorg en begeleiding. Hij gaat naar revalidatie, naar een fysiotherapeut, naar een psycholoog voor zijn trauma’s. De begeleiders gaan vaak met hem mee. De begeleiders praten ook met hem over hoe het gaat met het medicijngebruik, met de onrust in zijn hoofd en helpen hem grip te krijgen op zijn leven.

“De begeleiders zijn mededogend en barmhartig. Het zijn broeders en geen vijanden. Ik ben opgevoed met het idee dat een vreemdeling een vijand is. Hier heb ik geleerd wat barmhartigheid is. Ik ben heel blij met dat gevoel. Als God het geeft wil ik straks weer naar buiten, ik hoop dat mijn gezondheid verbetert, ik wil graag een eigen huis en ik wil heel graag nieuwe mensen ontmoeten.”